basis van de muziek

Op deze pagina leg ik de basis van de muziek uit met behulp van het lesmateriaal met gekleurde noten, appels en wortels.
English
naar eerste pagina

foto's lesmateriaal en bladmuziek
ook mogelijk om te bestellen




liedjes

Als je op één van de titels klikt kom je op een pagina waar ik de liedjes beschrijf.

Vader Jacob, een 4/4 maat
Mieke hou je vast, een 2/4 maat
Een twee drie vier, hoedje van , een 4/4 maat
Oze wiezewoze, een 3/4 maat
Op de glijbaan, een 6/8 maat
Ik maak noten en muziek, een 2/2 maat
muziektheorie

intervallen
grote terts toonladders
kleine terts toonladders
kerktoonladders (in voorbereiding)







foto van lesmateriaal, een boekje van Vader Jacob met gekleurde noten
boekje Vader Jacob
foto van lesmateriaal, toonladder c met gekleurde noten
toonladder c




foto van ritmekaartjes die bij de liedjes horen
ritmekaartjes



de boekjes

Jeannette tekent het lesmateriaal met kleurpotlood. Er zijn bekende liedjes en liedjes gemaakt voor en met kinderen in de les (opgevouwen formaat A6). Je kunt de boekjes uitvouwen, ze zijn geplastificeerd. Er horen ritmekaartjes (formaat A6) bij, die je als een puzzel onder elke maat van het liedje kan leggen. Er zijn kaarten (A4 formaat) met 4-, 5- of 6-stemmige door Leonoor gemaakte bewerkingen van de liedjes.

Kinderen vinden het heel leuk om met dit kleurrijke lesmateriaal te werken. Ook volwassenen (tot 100 jaar!) blijken het leuk te vinden om de puzzels te maken, noten aan te wijzen terwijl ze het liedje zingen of spelen. Met dit lesmateriaal leren kinderen (vanaf 3 jaar) met
begrip de basis van de muziek, zie de pagina kinderen.



wat er nodig is om muziek te kunnen maken

Contact met elkaar, praten over hoe je vertrouwen opbouwt en hoe je werkt aan een goede sfeer en hoe er rust komt is essentieel. Het is belangrijk dat iedereen kan zeggen wat hij of zij fijn vindt en wat niet. Als iedereen zich gehoord, gezien en begrepen voelt komt er ruimte om je open te stellen voor elkaar, voor je gevoel en voor nieuwe ervaringen. Dit lijkt heel makkelijk gezegd, maar ik weet na 40 jaar ervaring met muziek en veel levenservaring dat daar heel veel voor nodig is.

Met kinderen vanaf 3 jaar kun je al praten over rust en zelfs het woord concentratie begrijpen ze al. Met rust en concentratie bezig zijn is voorwaarde om toe te kunnen komen aan creativiteit, voelen en zuiver spelen en zingen. Een goede begeleiding is daarbij essentieel.

--------------Hoe meer gevoel je in het muziek maken legt, hoe mooier het klinkt.
--------------------------En dat geldt eigenlijk voor alles in je leven.





uitleg bij de boekjes

Als je een boekje uitvouwt kun je de noten van het liedje aanwijzen, terwijl je het liedje meezingt. Zo kan je de muziek zien , horen en voelen.

De liedjes hebben gekleurde noten. Iedere toon heeft een eigen kleur. De kleuren die gebruikt worden zijn per liedje verschillend. Een c kan in het ene liedje rood zijn en in een ander liedje bijvoorbeeld groen of blauw. Zo leren kinderen geen kleuren maar noten lezen.


foto, toonladder van c
toonladder van c
foto, lesmateriaal, hele halven kwarten en achtsten in noten en rusten notenwaarden
en rusten
foto van boekje Vader Jacob
Vader Jacob met ritmekaartjes



Als je Vader Jacob uitvouwt kunnen kinderen de 4 ritmekaartjes als een puzzel onder het liedje leggen. Zo kun je de melodie zien, de hoge en lage tonen en het ritme, lange en korte noten.

Je kunt Vader Jacob
zingen, terwijl je de 16 noten aanwijst. Iedereen kent Vader Jacob, je ontdekt dan vanzelf dat elke maat, elk kaartje herhaald wordt.

De hoge en de lage tonen kun je horen en zien en als je goed luistert hoor je ook welke (4) tonen de kortste tonen zijn en welke (2) tonen de langste zijn.




notennamen

Als je de toonladder van c boven het liedje legt, kunnen kinderen met hulp van de toonladder de notennamen van het liedje opzoeken.

De eerste noot van Vader Jacob is groen. Als je vraagt welke noot dat op de toonladder is, wijzen kinderen vaak de noot
g op de toonladder aan, omdat die ook groen is. Als je dan zegt nee die noot is het niet en vraagt welke noot het dan wel zou kunnen zijn, zien ze meestal wel dat het een c is. Je kunt ook nog helpen door te zeggen kijk maar naar het streepje dat door de noot zit.

Als ze zelf hebben ontdekt dat de eerste noot een c is, kun je nog vragen hoeveel c's (5 of als je de herhalingen meetelt 10) er in Vader Jacob zitten en kunnen kinderen ook de andere notennamen noemen. De
d ónder de eerste lijn, de e dóór de eerste lijn, de f tússen de eerste en de tweede lijn enz. Het benoemen van de lijnen helpt om bewust te maken wat je ziet.

De noten zijn nu losgekoppeld van de kleuren en zo kan de verbinding met de bestaande bladmuziek altijd gemaakt worden.




bamboestokjes en ééntoonsbamboefluiten

De noten op de ritmekaartjes onder het liedje kun je klappen of tikken met bamboestokjes. Bamboestokjes kun je zelf maken, Ø 7 mm, 20 cm lang. Bamboe kun je kopen bij een tuincentrum.

We hebben
bamboefluiten gemaakt van één toon. Met die fluiten kun je samen liedjes spelen, iedereen krijgt een fluit.

Vader Jacob bestaat uit zeven verschillende tonen, dan heb je dus zeven fluiten nodig en kun je het lied met zeven kinderen spelen. (Ouders en andere volwassenen doen graag mee). Je kunt zien welke noot je moet spelen aan de hoogte en aan aan de kleur. Omdat iedereen Vader Jacob kent, kun je zien en horen wanneer je je toon moet spelen. Je kunt de fluiten doorgeven en zo steeds een andere toon spelen.
Je kunt ook met twee of meer fluiten spelen. Dan kun je Vader Jacob met drie of vier kinderen spelen. Om een melodie vloeiend te spelen, kun je de fluiten zo verdelen dat één persoon nooit twee verschillende tonen na elkaar speelt.



je eerste liedje op een instrument spelen

Vader Jacob heeft 7 tonen en is voor het noten leren lezen heel geschikt. Maar als je je eerste liedje wilt spelen op een instrument kun je het beste de eenvoudigste liedjes nemen Mieke hou je vast of Mieke heeft een lammetje, deze liedjes hebben 3 tonen.
Dat kunnen de tonen c d e zijn, dan beginnen de liedjes op een e
of de tonen f g a, dan beginnen de liedjes op een a
of de tonen g a b, dan beginnen de liedjes op een b.
Dan kun je de drie tonen op je instrument zoeken en gaan oefenen net zolang tot de liedjes vloeiend klinken.

Bekende liedjes hebben het voordeel dat je al weet hoe het klinkt, dat helpt om de tonen en klanken te vinden op een instrument, bijvoorbeeld
Een twee drie vier, hoedje van heeft een bereik van 5 tonen, c d e f g, of als je op de g begint g a b c d.






notenbalk, noten, muzieksleutel, maten en maatsoorten

De liedjes bestaan elk uit vier tot zes maten. Een maat staat steeds op één pagina of kaartje. Een maat verdeelt muziek in kleine stukjes. Elke maat wordt afgesloten met een maatstreep. Aan het einde van een liedje staat altijd een dubbele (een dunne en een dikke) maatstreep.


Bij Vader Jacob en Oze wiezewoze staan er twee puntjes en een dubbele maatstreep aan het begin en aan het einde van een maat (bij de eerste maat alleen aan het einde van de maat). Dat betekent dat je die maat moet herhalen.
foto van de 1e en 2e maat van Vader Jacob
1e en 2e maat van Vader Jacob




Als je een boekje uitvouwt, zie je eerst de woorden van het liedje, daarna de vijf lijnen van de notenbalk. De onderste lijn is de eerste lijn. Op de notenbalk staan de noten van het liedje. Er zijn lijnnoten en tussennoten. Lijnnoten staan dóór de lijnen, tussennoten staan tussen twee lijnen.

Vooraan de notenbalk zie je de muzieksleutel, die
g-sleutel wordt genoemd, omdat met het begin van de sleutel de noot g aangeduid wordt. De g is de noot die door de tweede lijn van de notenbalk staat (gezien van beneden naar boven).

Daarna zie je de aanduiding van de maat staan:
2/4 tweekwartsmaat
3/4 driekwartsmaat
4/4 vierkwartsmaat
6/8 zesachtstemaat
2/2 tweetweedemaat

Een grote
C is een andere aanduiding voor de 4/4 maat of vierkwartsmaat.


Het eerste (of bovenste) getal (van de breuk) geeft aan hoeveel tellen er in de maat zitten:
Twee, drie, vier of zes is dan het
aantal tellen.

Het tweede (of onderste) getal geeft aan
welke tellen er in de maat zitten:
halve, kwart of achtste zijn dan de
soort tellen.




In een 2/4, 3/4 of 4/4 maat duurt de kwartnoot (dichte noot met een stok) één tel.

Mieke hou je vast is een 2/4 (tweekwarts) maat.
Er zitten
twee kwarten (twee tellen) in iedere maat.

Oze wiezewoze is een 3/4 (driekwarts) maat.
Er zitten
drie kwarten (drie tellen) in iedere maat.

Vader Jacob en Een twee drie vier, hoedje van hebben een 4/4 (vierkwarts) maat.
Er zitten
vier kwarten (vier tellen) in iedere maat.


In een
6/8 maat duurt de achtste noot (dichte noot met stok en een vlaggetje) één tel.

Op de glijbaan is een 6/8 maat.
Er zitten
zes achtstes (zes tellen) in iedere maat.


In een
2/2 maat duurt de halve noot (open noot met stok) één tel.

Ik maak noten en muziek is een 2/2 maat.
Er zitten
twee halven (twee tellen) in iedere maat.




noten en rusten

foto van lesmateriaal, hele halven kwarten en achtsten in noten en rusten notenwaarden en rusten
Een groot formaat van de notenwaarden en rusten hangt bij ons op een deur, niet te hoog, zodat kinderen erheen kunnen lopen om een noot of rust aan te wijzen.
foto van tekening van Kiki van hele halven kwarten en achtsten in noten en rusten notenwaarden en rusten
getekend door Kiki


Van lang naar kort heb je hele, halve, kwart, achtste enzovoorts noten en rusten:

De
hele noot is een open noot zonder stok.
De
halve noot is een open noot met stok.
De
kwart noot een dichte noot met stok.
De
achtste noot een dichte noot met stok en vlaggetje.

Twee, drie, vier of zes achtste noten na elkaar worden meestal met een
streep aan elkaar verbonden.


Rusten zijn de stiltes in de muziek:

De
hele rust is een balkje hangend aan de vierde lijn van de notenbalk.
De
halve rust is een balkje liggend op de derde lijn van de notenbalk.
De
kwart rust is een soort kronkel.
De
achtste rust een bolletje waar een soort zeven aan vast zit.
De
zestiende rust is een bolletje waar een soort zeven aan vast zit met een extra streep.


De noten geven de melodie en het ritme aan.

De
melodie (een liedje) kan je zingen en wordt aangeven met de toonhoogte, de noot staat hoger of lager in de notenbalk.

Het
ritme (de ritmekaartjes) kan je klappen of tikken en wordt aangegeven door de lengte van de noten (helen, halven, kwarten, achtsten enzovoorts).


Het verschil tussen
noten en tonen is leuk en belangrijk om te beseffen.
Noten hebben namen a b c d e f g, de eerste zeven letters van het alfabet.
Noten kun je lezen, schrijven, aanwijzen, benoemen, klappen of tikken.
Noten worden
tonen als je gaat zingen of spelen.
Als je tonen met gevoel zingt of speelt, wordt het
muziek.




Notennamen kunnen

absoluut zijn:
--c --d --e --f --g --a --b --c

of

relatief zijn:
--do --re --mi --fa --sol --la --ti --do.


De do is de grondtoon van een liedje of muziekstuk. De grondtoon is de laatste toon van een liedje. Is het liedje of muziekstuk meerstemmig dan is de laagste laatste toon de grondtoon.

Is de grondtoon een
c, dan is c de do.
Is de grondtoon een
g, dan is g de do.






de biologische appel

We leren breuken met de taart, maar omdat dat niet zo gezond is kwam ik op het idee van een appel. Het blijkt een groot succes. Kinderen vragen er steeds weer naar.

Om de
notenwaarden hele, halve, kwart, achtste, enzovoort te kunnen begrijpen kun je een biologische appel nemen.

De hele appel is een hele noot.
Twee
halve appels zijn dan twee halve noten.
Voor de vier
kwart noten deel je de appel in vieren.
Voor de
achtste noten deel je de appel in acht stukjes.

Daarna kun je onder ieder ritmekaartje van een liedje de bijbehorende stukjes appel leggen.


Als je een kind vraagt hoe je samen of met vier of met acht kinderen een appel kan eten, begrijpen ook jonge kinderen dat je de appel dan in stukjes moet verdelen. Kinderen willen heel graag zelf de appel snijden. Door het visueel te maken kunnen kinderen vanaf zeven jaar het echt begrijpen. Je kunt dan steeds een maat van het liedje maken met een appel of uitrekenen hoeveel appels je nodig hebt om een heel liedje te maken. Als het gelukt is vinden kinderen het leuk om de appel(s) op te eten.


foto van lesmateriaal, hele appel met hele noot
hele appel met hele noot
foto van lesmateriaal, twee halve appels met twee halve noten
halve appels en halve noten
foto van lesmateriaal, vier kwart appels bij het liedje Mieke hou je vast en ritmekaartjes
vier kwart appels bij vier kwartnoten



foto van Vader Jacob met appels, de 3e maat
vier achtstes en twee kwarten



de biologische (winter)wortel

Het verschil tussen de notenwaarden en tellen uitleggen, is niet eenvoudig.
Notenwaarden gaat over delen, de breuken: hele (1/1), halve (1/2), kwart (1/4), achtste (1/8) enzovoort.

De
waarden en de tellen van de noten worden steeds kleiner en minder, terwijl het onderste getal (de noemer) van de breuk 1/2, 1/4, 1/8, 1/16 enzovoort steeds groter wordt.

Dat een hele noot vier tellen duurt, een halve twee tellen, een kwart één tel enzovoort is best lastig te begrijpen.

Toen kwam ik op het idee van de (winter)wortel. Ik gebruik de
biologische winterwortel, omdat die echt lekker is. Je kunt de wortel in schijfjes snijden. Ieder schijfje is één tel.


foto, Melianna legt schijfjes wortels onder het liedje 'Zeg eens herder' met ritmekaartjes

Melianna legt schijfjes wortel bij een liedje


In een 2/4, 3/4, of 4/4 maat duurt
de
kwart noot één tel, je legt één schijfje neer,
de
halve noot twee tellen, je legt twee schijfjes op elkaar,
de
hele noot vier tellen, je legt vier schijfjes op elkaar,
de
achtste noot een halve tel, je legt een half schijfje neer,
de
halve noot met een punt (de helft van de waarde komt erbij) (twee plus één) drie tellen, je legt drie schijfjes op elkaar,
de
kwartnoot met punt (één plus een half) anderhalve tel, je legt één schijfje met daarop een half schijfje.
Net als appels vinden kinderen de wortels ook lekker om op te eten.


foto van lesmateriaal, Vader Jacob met ritmekaartjes en wortels
Vader Jacob met ritmekaartjes en wortels




Tenslotte kun je beide systemen combineren en appels en wortels onder de ritmekaartjes leggen. Dit veel doen helpt kinderen om notenwaarden en tellen echt te gaan begrijpen.


foto van lesmateriaal, twee halve noten met appels en wortels
twee halve noten met appels en wortels
foto van lesmateriaal, vier kwartnoten met appels en wortels
vier kwartnoten met appels en wortels
foto van lesmateriaal, vier achtste noten en twee kwartnoten met appels en wortels
vier achtstes en twee kwarten
met appels en wortels


In plaats van de woorden van een liedje, kun je ook de tellen van een liedje zingen.
In het liedje Vader Jacob wordt dan Alle klokken luiden:
ene tweeje drie vier.

Het hele liedje vader Jacob, gaat dan zo:


één twee drie vier, één twee drie vier,
één twee drie-vier, één twee drie-vier,
ene tweeje drie vier, ene tweeje drie-vier,
één twee drie-vier, één twee drie-vier.




noten tekenen

noten van 'Au clair de la lune' met een eigen tekst getekend door Fenna
'Au clair de la lune' met een eigen tekst
getekend door Fenna
Om te ervaren wat noten zijn, is het zelf tekenen van noten voor kinderen erg leuk om te doen. Je kunt met een lineaal de 5 lijnen van de notenbalk tekenen en daarin de g-sleutel tekenen. Als het nog niet lukt kun je samen het kleurpotlood vasthouden en de sleutel tekenen of eerst heel dun de sleutel tekenenen en het kind die sleutel laten overtrekken. Je kunt dan een liedje of de acht gekleurde noten van de toonladder van C, met de notennamen tekenen: c --d --e --f --g --a --b --c


Kinderen kunnen ook ritmes opschrijven. Als je begrijpt dat er in een 2/4, 3/4, 4/4 maat steeds respectievelijk twee, drie, vier kwarten in een maat zitten, kun je zelf 2/4, 3/4, 4/4 maten met verschillende notenwaarden bedenken en opschrijven, die je kunt klappen of tikken met de bamboestokjes. En als ze begrijpen dat er in een 6/8 maat zes achtstes in een maat zitten en de maat verdeeld is in twee keer drie achtstes, kun ze ook 6/8 maten bedenken, opschrijven en tikken.

Samen met een kind haar/zijn
eigen liedje maken is erg leuk. Kinderen kunnen zelf woorden bedenken en daarna de woorden in een ritme uitspreken wat bij die woorden past en dat ritme opschrijven. Daarna kun je de woorden zingen en de noten opschrijven. Belangrijk is daarbij dat het eenvoudig blijft, zodat wat er uitkomt dichtbij jezelf blijft, dat vraagt rust, geduld en een rustige sfeer.


Leonoor